SCHIEDAM - De dag waarop alle water is verdampt zullen er vrijwel geen goederen meer van plaats verwisselen en kan de aarde net zo goed stoppen met rondwentelen. Vanaf die dag is het leven kansloos.
‘Liefst 90% van wat een mens in en rondom huis heeft, of het nu kleding is, meubilair, eten, drinken of het betreft materialen waarvan je woning is gebouwd, is over water naar ons toegekomen.’ Aan het woord Marco Benedict en Frank Franssen. Ongeschreven ruggengraad van The Mission to Seafarers Rotterdam, maar zetelend in Schiedam aan de Admiraal Trompstraat 1. Of beter: Haven 562.
Vervoer van goederen per schip en dus over water kennen we in Nederland sinds de tijd van de VOC (1602-1800). Al gebied de eerlijkheid te zeggen dat de Portugezen ons tussen 1498 en 1595 vóór waren met hun specerijenhandel. De VOC had om uiteenlopende redenen (handhaving en/of uitbreiding handelspositie én om de Portugezen uit hun Aziatische handelsposten te verdrijven) een eigen leger en oorlogsschepen. Rond 1700 bestond de helft van de bemanning dan ook uit soldaten.
In de moderne tijd zijn soldaten, behalve dan op oorlogsschepen, vervangen door eerlijke zeelieden. Kerels die huis en haard voor enige weken tot maanden verlaten om wereldwijd hun beter-dan-thuis belegde boterham te verdienen op de Zeven Zeeën. Geen golf gaat hen te hoog, geen haven die niet is aangedaan.
Varen is voor velen nog een roeping. Voor wie het landleven te saai is, te monotoon en die luistert naar de lokroep van de zee, die monstert aan op kust- of grote vaart en gaat de dagelijkse strijd aan met de elementen. Met een geoliede ploeg of crew worden eerst half- en andere producten met de (container)kraan aan boord gehesen of met een slang verpompt. Dan gaat het schip het zeegat uit. Op weg naar andere oorden om de lading meest na enige weken elders af te leveren.
Maar hoe bijzonder en (ont)spannend varen ook is, de meeste zeevarenden (man en vrouw) willen, na een nimmer aflatend gevecht met de golven en het eindeloos turen naar een eindeloze kim, die maar niet dichterbij lijkt te komen, aan wal. Een paar uur iets anders doen. Even de zinnen verzetten, en met anderen zijn. En dat zonder constant gedreun van zware diesels op de achtergrond. De ene keer is het ongestoord tv kijken, dan weer een potje poolen of gewoon wat ouwehoeren met een drankje erbij. Op dat moment biedt de Seafarers Club uitkomst.
Koninklijke beschermvrouwe
The Missions to Seafarers, dat in 1893 het levenslicht zag in Groot Brittannië en tegenwoordig Princess Anne, die tweemaal in Schiedam op bezoek is geweest, als beschermvrouwe heeft, is met 200 vestigingen in 50 landen, een wereldwijde keten van maritiem vertier en ontspanning.
Het systeem is eenvoudig. ‘Je stuurt een appje of e-mail, waarin naam van het schip, ligplaats en het aantal personen dat meewil, en we halen de ploeg (en als het verkeer niet in filestand verkeert) tussen 18.00 en 19.00 uur op. De avonden duren tot circa 22.00 uur. Dan brengen we de zeevarenden weer aan boord. Ons gebied strekt globaal van de Waalhaven (Haven 5500) tot aan Rozenburg. Andere haven? Andere Seafarer! Het is dus niet zo dat als je buiten dit gebied valt je aan boord gekluisterd bent.
Voor transport hebben we de beschikking over twee busjes. In de relatief oudste kunnen er zeven plus chauffeur en in de nieuwe e-van past er eentje meer.’
Frank Franssen heeft zich een jaar terug aangemeld als vrijwilliger. ‘Ik ben met pensioen en heb tijd zat. Vrijwel heel mijn leven heb ik in de scheepvaart gewerkt en ik kan dat wereldje maar niet echt vergeten. Het is een wereldwijd gebeuren en het is altijd leuk om mensen van elders te treffen.’
Marco Benedict is de enige betaalde kracht. Als manager organiseert hij, houdt schema’s bij, vraagt digitaal toestemming om een schip te mogen bezoeken en vult de agenda.
Als we de culinaire oriëntaalse kunde van bijna buurman Woo-Ping, het Chinees, Indisch, Thaïs restaurant testen en de drie Filipijnse - die wonderbaarlijk genoeg vrijwel geen Engels spreken - gasten van de omgeving genieten is er tijd voor nog enkele wederwaardigheden.
Wereldwijd
‘Onze gasten komen vrijwel vanuit de gehele wereld. Als er één ding is dat het predicaat “Internationaal” verdient, dan is het wel de mondiale scheepvaart. Je kunt het haast zo gek niet bedenken of we uit een land is er weleens of vaker een varensgezel bij ons over de vloer gekomen.
Voor iedereen geldt: koffie en thee zijn gratis. Net als kleding, trouwens. Hier in de kast (gewassen en netjes gestreken) kleding. Daarvan mag ieder twee stuks meenemen. Ook is er bier en wat meer, maar daarvoor moet worden betaald.
Deze avond is het rustig. Naast de drie van de Filippijnen wandelt er tegen 21.00 uur een Oekraïner binnen. Die bestelt een biertje, pakt een boekje en gaat lezen. Van enige interactie is er verder geen sprake. Van achter klinkt opeens pianospel. Geen Jan Vayne of Cor Bakker herkennen we toch een vrolijke melodie. Een Filipijns volksliedje?
Vrijwilligers altijd welkom
De Seafarers worden gefinancierd door enige grote havenjongens: ‘Dat zijn onze weldoeners waarop we zuinig dienen te zijn. Zonder hen geen clublokaal met emolumenten.’ Even is het stil. Er wordt gegeten. Dan: ‘Waar we een chronisch gebrek aan hebben is vrijwilligers. Mensen die al is het maar een avond per week zeelieden willen halen en brengen. Hoe meer we er hebben des te beter we kunnen inplannen. Het verlaagt ook de (vrijwillige) werkdruk op de huidige groep.
Liefst zijn we hele dagen open, maar met dit bestand is dat onhaalbare kaart. Ooit waren we bijna de gehele week open …’
Het belang van de Seafarers laat zich ook uitleggen: ‘Als je de hele dag in zijn stalen kolos werkt, met altijd herrie en gebrom om je heen, wil je toch ook een uurtje of wat per dag rust en andere reuring dan die van je collega’s om je heen. En we hebben wifi. Vaak ontbreekt dat aan boord. Kun je je geliefde(n) in alle rust spreken en zien. Naar hier of, en dat kan ook, naar de stad om bijvoorbeeld boodschappen te doen.’
Die donderdagavond is niet alleen het verkeer over de A4 en door de Benelux tunnel om te huilen - het regent
ook nog eens aanhoudend en intens. En hoewel ze niet veel zeggen zie je de drie Filipijnen en die ene Oekraïner denken: Was het maar vast zomer. Dat is trouwens ook een periode waarin de barbecue met enige regelmaat op terras wordt gezet. Eten en drinken verbroederen immers ook.
Stichting Zeemanshuis Flying Angel Rotterdam Schiedam
Admiraal Trompstraat 1 (Haven 562)
3115 HK Schiedam
Telefoon: 010-426 09 33
E-mail: manager.rotterdam@mtsmail.org
Website: www.missiontoseafarers.org
Fotografie
Seaferers: boven | Peter Joore
Fotobijschriften
1. Een zeemanshuis vol vrolijke gasten
2. Royal Plaque
3 & 4. Frank Franssen bij de avondlijke balie van de RST/Kramer om ons toegang te verschaffen drie zeevarenden op te halen van de m.v. Tango Rio, haven 2738
5. De medewerkers van die avond met Frank Franssen en naast hem Marco Benedict
