Onderzoek en tekst Arie de Klerk

Een nesse - als begin van Schiedam en Rotterdam

Een nesse - als begin van Schiedam en Rotterdam

FLARDINGA/SCYEDAM - Voor Vlaardingen geldt het niet, maar in de ontstaansgeschiedenis van zowel Schiedam als Rotterdam komt het begrip nesse voor. Een nes of nesse was een stuk grond dat in een bocht van de betreffende rivier was opgeslibd. De grondslag ervan bestond uit zand en klei, wat een ideale basis vormde voor de bouw van een hofstede of zelfs een nederzetting.

In de vroegste geschiedenis van Schiedam komen zelfs twee nessen voor. Als eerste noem ik Matenesse, Daarvoor moeten we stilstaan bij de Matlinge. De Matlinge was een korte rivier, zeker voor de hoeveelheid water die deze voerde. Dat laat zich verklaren, doordat de Oude Lee erin uitmondde en die waterde het uitgestrekte veengebied af op de grens van Delfland en Rijnland. Rond 1215 gaat de Matlinge op in het ontstaan van de Delftsche Schie. Met het tot ontginning brengen van Pijnacker en Delfgauw (10e en 11e eeuw) zal de Oude Lee en zo ook de Matlinge, meer sediment zijn gaan aanvoeren.

Dat resulteert in een zwaar kleidek waarop Overschie ontstaat, met daar in 1063 een kapel. Het opslibben zet daarna zuidelijk van het dorp door, waar het gebied Matenesse ontstaat, een samentrekking van Mat[ling]e en nesse. Matenesse komt vanuit zowel de Schie als vanuit de Merwede tot wasdom. De eerste keer dat Matenesse in de bronnen voorkomt is in 1250, in de context van regionale visserijrechten.

260629 Grote Kaart SdamOok de Schie kende een nesse. Naam en plaats komt voort uit het combineren van de uitkomst van het boek Aleida van Henegouwen, van auteur Jeroen Rodenberg. Hij noemt ‘Scehenes’, met daar een hofstede. Scehenes kon ik nader duiden als een samentrekking van Sce en nesse: een nesse in de Schie. Die nesse lag ter plaatse van het huidige centrum van Schiedam: het gebied binnen de Boterstraat en de Hoogstraat. Op deze nesse staat halverwege de dertiende eeuw een hofstede, die door Aleida wordt aangekocht. In die omgeving bouwt zij vanaf omstreeks 1258 haar Huis te Riviere. Eerder al was de Schie in 1255 afgedamd.

Ook Rotterdam ontleent haar ontstaan aan een nesse: Rottenesse. Zoals de naam al aangeeft was dat een landtong in de Rotte. Het gebied bestaat nog altijd en laat zich terugvinden binnen de Zwaanshalskade. Daar ook zal het kerkje van Rotta hebben gestaan dat in 1028 wordt vermeld en nog eens in 1050. De Vereenvoudigde geologische kaart van Rotterdam e.o. (1990) toont ter plaatse een stevige ondergrond. In 1163 is sprake van een ernstige overstroming, reden om de noordelijke Merwedeoever te bekaden met de Oude Dijk. In dat kader zal de Rotte zijn afgedamd en zal, om ruimte te creëren voor de overvloedige toestroom van winterwater via de Rotte, een zogeheten ‘sperte’ zijn aangelegd. Dat is een spaarbekken, dat men zo vaak als mogelijk heeft laten leegstromen. Met de Oude Dijk, waar ook de Beukelsdijk deel van uitmaakte, is de nederzetting Rotta nu beveiligd tegen overstroming vanuit de Merwede. De afdamming ter plaatse van de Rotte geldt alleen voor het natte seizoen om daarna weer te worden vergraven.

Volgende mijlpaal voor Rotterdam is de aanleg van Schielands Hoge Zeedijk (1255), die nog voortleeft in de tegenwoordige Hoogstraat. Voorbij slot Honingen (Kralingen) ontginnen zogeheten eigenerfden elk een hoeve waarbij elkeen aan het hoofd daarvan zijn deel van de Rotterdamse Zeedijk aanlegt (1281). Met de Hoogstraat als as vormt zich vanaf 1358 een beveiligde stad, die kaarttekenaar Van Deventer in 1562 optekent. Tot slot de opmerking dat de bewoners van het oude Rotta zich na de aanleg van Schielands Hoge Zeedijk gaandeweg op de Hoogstraat zullen hebben gevestigd.

Onderzoek en tekst
Arie de Klerk

Bijschriften illustraties
Boven: ondergrond 1911, met bedijking door zowel de Oude Dijk (---) als de Zeedijk
Onder: stip Schiedam: Huis te Riviere; stip Rotterdam: Rotta

29-06-2026