Stedelijk Museum verheft Herman Dirk van Dodeweerd

Armando Radicaal - De Nul-jaren in een nieuw licht

Armando Radicaal - De Nul-jaren in een nieuw licht

SCHIEDAM - De veelzijdige kunstenaar Armando (1929-2018) vormt tussen 1961 en 1965 samen met Jan Schoonhoven, Henk Peeters en Jan Henderikse de inmiddels wereldberoemde Nul-groep, de Nederlandse tak van de internationale ZERO-beweging.

Het verheffen van alledaagse objecten en industriële materialen tot kunst is een van de belangrijkste uitgangspunten van de groep. Armando wordt vooral bekend met zijn wandwerken van metalen platen, bouten en prikkeldraad. Veel minder bekend zijn de immersieve installaties die hij in dezelfde periode maakt. Stedelijk Museum Schiedam brengt deze vier Nul-installaties nu voor het eerst samen in één tentoonstelling. Één installatie wordt bovendien voor het eerst sinds 1958 weer getoond. Ze worden gepresenteerd naast installaties van de hedendaagse kunstenaars Zalán Szakács, Gabey Tjon a Tham en het collectief Touki Delphine. 

De tentoonstelling sluit aan bij de collectie van Stedelijk Museum Schiedam, waarin Armando met zeventien werken ruim vertegenwoordigd is, net als de Nul-groep in bredere zin. Al jarenlang verzamelt en presenteert het museum werk van Nul-kunstenaars en andere kunstenaars die radicaal abstract werken.

Met hun koele, zakelijke beeldtaal proberen Armando en zijn medeleden van de Nul-groep de persoonlijke hand van de kunstenaar zoveel mogelijk uit het werk te laten verdwijnen. Kunst hoeft niet langer schilderachtig te zijn. ‘Alles was mooi, ik voelde me één groot oog’, blikt Armando later terug op deze periode. ​

Zelden getoonde installaties
​De Nul-groep wordt vaak geassocieerd met wandwerken met herhalende patronen en monochrome vlakken. Armando laat zien dat dezelfde principes ook in de driedimensionale ruimte kunnen worden ervaren. Dat doet hij met vier zelden getoonde installaties: een vroege, ongetitelde installatie uit 1958, de Autobandenwand uit 1962 en de installaties Zwart water en Rode vaten, zwarte vaten uit 1964. Orde, herhaling en neutraliteit zijn hierin niet alleen zichtbaar, maar ook fysiek voelbaar. ​

Nooit eerder zijn Armando’s installaties gezamenlijk gepresenteerd. Drie ervan waren in 1962 en 1964 te zien op spraakmakende ZERO-tentoonstellingen in Stedelijk Museum Amsterdam en Gemeentemuseum Den Haag (nu Kunstmuseum Den Haag). De vroegste installatie werd alleen in 1958 getoond en daarna nooit meer. Met instemming van de Armando Stichting wordt dit werk nu uitgevoerd. Daarmee zijn voor het eerst alle vier de installaties samen te zien. ​

Het onderzoek voor de tentoonstelling wordt verricht door gastconservator Antoon Melissen, in nauwe samenwerking met de Armando Stichting. De hedendaagse kunstenaars zijn geselecteerd door Stedelijk Museum Schiedam. Samen plaatsen zij Armando’s zelden getoonde installaties in een nieuwe context en laten zij zien hoe de radicale ideeën van de Nul-groep ook ruim zestig jaar later nog verrassend actueel zijn.

Zonder titel, 1958
​Aan het einde van de jaren vijftig nemen de Nul-kunstenaars afstand van traditionele kunstenaarsmaterialen en kiezen zij voor industriële producten. Voor deze eerste installatie werkt Armando samen met een verffabrikant. Hier introduceert hij zijn ‘Armando-rood’, een kleur die tijdens de jaren waarin de Nul-groep als collectief actief is (1961–1965) een belangrijke rol blijft spelen in zijn werk. ​

Zonder titel, 1962 (Autobandenwand)
​De Autobandenwand (1962) bestaat uit een muurvullende compositie van identieke, industriële autobanden. Door ze uit hun context te halen, verheft Armando ze tot kunst. De installatie laat de schoonheid van het alledaagse zien en toont zijn fascinatie voor banale, machinale objecten en de belangstelling van Nul-kunstenaars voor herhaling en seriële structuren.
 
Hedendaagse kunst in de geest van Nul
​Met zijn radicale benadering blijkt Armando verrassend actueel. Zijn werk sluit nauw aan bij een nieuwe generatie kunstenaars die ruimtelijke, zintuiglijke installaties maakt. De Nul-installaties van Armando vormen voor Stedelijk Museum Schiedam daarom het vertrekpunt voor een tentoonstelling waarin Nul-kunst en hedendaagse kunst elkaar ontmoeten.

De tentoonstelling laat zien dat kunstenaars die vandaag de dag werken met licht, beweging en ruimte, voortbouwen op een langere traditie. Tegelijkertijd plaatst het museum Armando’s installaties in een hedendaagse context, waardoor duidelijk wordt dat zij niets aan zeggingskracht hebben verloren. 

Directeur Anne de Haij selecteerde drie kunstenaars die zich verdiepten in Armando’s Nul-periode en een werk uit hun eigen oeuvre kozen dat daarbij aansluit: de Rotterdamse kunstenaar Zalán Szakács (1992), de Haagse kunstenaar Gabey Tjon a Tham (1988) en het Amsterdamse collectief Touki Delphine. Zij presenteren hun werk in dialoog met Armando’s installaties. Szakács ontwikkelt voor de tentoonstelling zelfs een nieuwe installatie.  

Zalán Szakács
​Kunstenaar, performer en onderzoeker Zalán Szakács verkent de relatie tussen technologie, ruimte en menselijke waarneming. Met licht, geluid, mist, beweging en interactieve installaties nodigt hij bezoekers uit anders naar hun omgeving en zichzelf te kijken. Geïnspireerd door 17e-eeuwse optische experimenten en de geschriften van de Duitse filosoof Gernot Böhme over atmosferische omgevingen onderzoekt hij in zijn nieuwste werk, in de geest van Armando’s Nul-kunst, onder meer industriële processen en de betekenis van leegte.

Gabey Tjon a Tham
​Installatiekunstenaar Gabey Tjon a Tham maakt multimediale installaties waarin bewegende machines, licht en geluid samenkomen in zintuiglijke omgevingen. In Stedelijk Museum Schiedam presenteert zij een aangepaste versie van Red Horizon, een installatie met vijftien bewegende slingers die een dynamisch samenspel van licht en geluid creëren. Door de beweging ontstaan nabeelden op het netvlies, waardoor nieuwe vormen lijken te verschijnen. Met haar onderzoek naar licht, beweging en waarneming voelt zij zich nauw verbonden met de uitgangspunten van de Nul-beweging, waaronder het anti-schilderkunstige karakter. ​

Touki Delphine
​Het collectief van muzikanten, performers en beeldend kunstenaars Touki Delphine maakt monumentale licht- en geluidsinstallaties van afgedankte industriële materialen. In hun werk onderzoeken de makers de relatie tussen mens, natuur en technologie en verbinden zij zintuiglijke ervaringen aan thema’s als ecologische uitputting, technologische vervreemding en sociale fragmentatie. ​

In deze eerste presentatie in een kunstmuseum tonen zij hun audiovisuele installatie RELAY. Het werk bestaat uit 1.848 gerecyclede relaismotoren uit 300 sloopauto’s, die samen een indrukwekkend instrument van licht, ritme en resonantie vormen. Door industriële restmaterialen te transformeren tot een poëtische installatie sluit Touki Delphine aan bij de materiaalbenadering van de Nul-kunstenaars, en in het bijzonder bij Armando, voor wie industriële materialen een essentieel onderdeel van zijn werk vormden. ​

Fotobijschrift
Armando voor zijn installatie 'Autobanden-wand', 1962 in Stedelijk Museum Amsterdam, c/o Pictoright Amsterdam 2026

Fotografie
Ad Windig, Maria Austria Instituut

Stedelijk Museum Schiedam
Hoogstraat 112
3111 HL Schiedam

T | 010 246 3666

14-07-2026